Nieuws

Pioniersscholen als motor voor een nieuw en inclusief onderwijssysteem

De Vlaamse Regering wil met pioniersscholen stappen zetten naar inclusiever onderwijs tegen 2040. NOOZO steunt die ambitie, maar waarschuwt dat echte inclusie meer vraagt dan samenwerking tussen gewoon en buitengewoon onderwijs op één campus. Volgens NOOZO moeten pioniersscholen uitgroeien tot een motor voor één inclusief onderwijssysteem waarin alle leerlingen samen kwaliteitsvol onderwijs volgen.

Wat zijn pioniersscholen?

Vanaf schooljaar 2026-2027 kunnen scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs tijdelijk samen pioniersscholen oprichten. Ze werken daarbij samen met CLB’s, leersteuncentra en welzijnsorganisaties in multidisciplinaire teams. Deze multidisciplinaire teams bepalen welke ondersteuning leerlingen nodig hebben.

De projecten moeten onderzoeken hoe scholen inclusiever kunnen werken en welke drempels daarbij nog bestaan. De lessen uit deze projecten moeten later de weg wijzen voor het hele Vlaamse onderwijs.

Pioniersscholen verdienen ruimte om echt te vernieuwen

NOOZO ziet in pioniersscholen een belangrijke kans om inclusiever onderwijs uit te bouwen. Maar daarvoor moet de experimenteerruimte voldoende groot zijn. Inclusie mag niet beperkt blijven tot organisatorische samenwerking tussen bestaande systemen: het buitengewoon en het gewoon onderwijs.

Voor NOOZO ligt het einddoel duidelijk vast: één onderwijssysteem waarin alle kinderen en jongeren samen kwaliteitsvol onderwijs kunnen volgen, met de ondersteuning die ze nodig hebben.

Een campusschool is nog geen inclusieve school 

Het ontwerp legt sterk de nadruk op het model van een campusschool: een gewone school en een school voor buitengewoon onderwijs op dezelfde locatie. NOOZO waarschuwt dat fysieke nabijheid op zich geen garantie is voor inclusie. Het risico bestaat dat leerlingen nog altijd in aparte trajecten terechtkomen, met eigen lesprogramma’s en verwachtingen. Dan is er sprake van integratie, niet van echte inclusie.

Daarom vraagt NOOZO dat pioniersscholen expliciet worden opgevat als een stap richting één inclusief onderwijssysteem. We pleiten voor vernieuwende organisatiemodellen die verder gaan dan het klassieke campusmodel, met maximale gezamenlijke lestijd en gedeelde leertrajecten voor leerlingen met en zonder specifieke onderwijsbehoeften.

NOOZO wil ook dat andere samenwerkingsvormen mogelijk blijven, bijvoorbeeld tussen een gewone school en een leersteuncentrum zonder betrokkenheid van een school voor buitengewoon onderwijs.

Inclusie draait ook om schoolcultuur

Volgens NOOZO gaat inclusie over meer dan aangepaste didactiek of samenwerking tussen scholen. Een school voor iedereen vraagt ook een inclusieve schoolcultuur, waarin elke leerling zich welkom, gerespecteerd en volwaardig deelnemer voelt.

Dit veronderstelt werken aan gedeelde waarden, een gedragen visie en een sterke verbondenheid binnen het hele schoolteam. Daarom vraagt NOOZO meer aandacht voor:

  • sterk beleidsvoerend vermogen en ondersteunend leiderschap;
  • samenwerking binnen schoolteams aan één gedeeld pedagogisch project;
  • hoge maar realistische verwachtingen naar leerlingen en leerkrachten;
  • systematische zelfevaluatie;
  • actieve participatie van leerlingen en ouders.

We verwijzen hier naar de Index voor Inclusie, een internationaal gebruikt instrument dat scholen helpt om hun cultuur, beleid en praktijk op elkaar af te stemmen.

Leerlingen ondersteunen zonder labels

Een belangrijk onderdeel van de hervorming is dat leerlingen sneller ondersteuning kunnen krijgen zonder eerst een formeel GC-verslag nodig te hebben. NOOZO ziet dat als een positieve stap. Toch blijft voor een individueel aangepast curriculum (IAC) of een OV4-traject nog altijd een verslag verplicht. Volgens NOOZO houdt dat het bestaande systeem van labels en diagnoses in stand. We vrezen dat leerlingen en ouders daardoor afhankelijk blijven van intensieve diagnostische trajecten met lange wachttijden en dat scholen sneller naar aparte trajecten zullen grijpen.

Als pioniersscholen te weinig afwijken van het bestaande systeem, leveren ze ook te weinig nieuwe inzichten op voor toekomstig beleid. NOOZO vraagt daarom om ook de verplichte IAC- en OV4-verslagen los te laten als toegangspoort tot ondersteuning. Ondersteuning moet vertrekken vanuit onderwijsbehoeften en niet vanuit diagnoses of administratieve labels.

Ouders en leerlingen moeten volwaardige partners zijn

We missen in het ontwerpbesluit de betrokkenheid van leerlingen en hun ouders. Leerlingen en ouders beschikken over ervaringskennis die onmisbaar is: ze weten als geen ander wat werkt, wat niet werkt en onder welke voorwaarden hun kind kan groeien. Die kennis moet echt erkend worden als volwaardige expertise.

NOOZO vindt dat leerlingen en hun ouders actief en gelijkwaardig betrokken moeten worden bij beslissingen over ondersteuning en schoolloopbanen. Hun rol mag zich niet beperken tot geïnformeerd worden. Hun stem hoort ook thuis in de begeleiding, de opvolging en de evaluatie van de pioniersscholen.

Het CLB mag zijn onafhankelijke rol niet verliezen 

In de multidisciplinaire teams dreigt het CLB tegelijk interne teamspeler en externe beoordelaar te worden. Die rolvermenging is problematisch. Het CLB moet neutraal en onafhankelijk kunnen blijven, ook als het deel uitmaakt van het schoolteam. Alleen zo kan het de rol van betrouwbare bondgenoot van leerlingen en ouders blijven opnemen.

Meer duidelijkheid nodig over ondersteuning en rechten

NOOZO heeft ook vragen bij verschillende afwijkingen op de bestaande regelgeving. De projecten lopen tijdelijk voor drie tot vijf jaar. Leerlingen moeten de garantie krijgen dat ze hun volledige schoolloopbaan binnen één systeem kunnen afwerken.

Daarnaast vraagt NOOZO duidelijke afspraken over gegevensdeling tussen scholen, CLB’s en andere partners. Leerlingen en ouders moeten weten wie toegang heeft tot welke informatie en welke rechten ze hebben.

Ook rond ondersteuning en certificering vragen we meer duidelijkheid. Leerlingen met eenzelfde profiel mogen volgens NOOZO niet anders behandeld worden op basis van hun administratieve inschrijving in gewoon of buitengewoon onderwijs. Alle leerlingen moeten dezelfde kansen krijgen om diploma’s, kwalificaties of deelcertificaten te behalen en dezelfde toegang tot buitenschoolse therapie.

Samenwerking met Welzijn

NOOZO is positief over de samenwerking tussen onderwijs en welzijn binnen het multidisciplinaire schoolteam. Tegelijk vinden we dat ouders de ruimte moeten behouden om met eigen therapeuten te werken. Ook persoonlijke assistenten moeten een duidelijke plaats krijgen in de klas- en schoolcontext. Vandaag ontstaan daar in de praktijk nog vaak discussies over. Daarom pleiten we voor duidelijke richtlijnen over de inzet van persoonlijke assistenten in de klas en op school.

Daarnaast vragen we soepelere regels, zodat schoolinterne en externe ondersteuning beter op elkaar kunnen aansluiten, ongeacht of een leerling ingeschreven is in het gewoon of buitengewoon onderwijs.

Brede evaluatie

In 2028-2029 evalueert een expertenpanel de pioniersscholen. NOOZO vindt dat de evaluatie verder moet gaan dan organisatie, samenwerking en onderwijskwaliteit. Ze moet ook nagaan of het recht op inclusie, participatie en passende ondersteuning daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Leerlingen en ouders horen thuis in dat expertenpanel, als volwaardige vertegenwoordigers met erkende ervaringskennis.

We bezorgden het advies aan:

  • Vlaams minister van Onderwijs, Justitie en Werk
  • De commissie Onderwijs en Vorming in het Vlaamse parlement
  • De administratie Onderwijs en Vorming

Ter info aan:

  • Vlaams Mensenrechteninstituut
  • Vlaamse onderwijsraad