Nieuws

Op weg naar scholen voor iedereen

De Staten-Generaal over de evolutie naar scholen voor iedereen heeft zijn aanbevelingen voorgesteld. Tussen december 2025 en februari 2026 dachten verschillende betrokken partijen na over de toekomst van inclusief onderwijs in Vlaanderen, die beschreven staat in de consultatienota van Zuhal Demir, de minister van Onderwijs. De nota werd op 28 november 2025 besproken door de Vlaamse Regering en vormt de basis voor het traject ‘scholen voor iedereen’ tegen 2040. In de nota staan de stappen die de komende vijftien jaar nodig zijn om ons onderwijssysteem inclusiever te maken. De aanbevelingen van de Staten-Generaal moeten helpen om dat plan verder uit te werken.

Wat is de Staten-Generaal?

Van december 2025 tot februari 2026 werkten verschillende groepen gedurende vijf dagen samen in de Staten-Generaal, waaronder:

  • Leerkrachten uit gewoon en buitengewoon onderwijs
  • Medewerkers van leersteuncentra en CLB's
  • Vakbonden en belangenorganisaties
  • Ervaringsdeskundigen, waarvan enkelen afgevaardigd door NOOZO
  • Experts en adviesorganen

Hun opdracht:

  • Feedback geven op het plan
  • Concrete voorstellen maken om stappen te zetten richting inclusiever onderwijs

Positieve elementen

De deelnemers waarderen de ambities van het traject om te evolueren naar een inclusiever onderwijssysteem met scholen voor iedereen. Ze zijn tevreden dat er op lange termijn nagedacht wordt over een systeem waarin alle leerlingen kunnen leren en participeren.

De betrokkenheid en motivatie van de deelnemers tijdens de Staten-Generaal toont aan dat iedereen bereid is om samen te werken aan de evolutie naar scholen voor iedereen.

De deelnemers zijn positief over het idee van scholen voor iedereen, waarbij het huidige onderscheid tussen gewoon en buitengewoon onderwijs wordt overstegen. Ook de brede samenwerkingen binnen onderwijs en met andere relevante beleidsdomeinen wordt aangemoedigd.

Algemene aanbevelingen

  • Ga voor volledig inclusief onderwijs, niet alleen inclusiever onderwijs.
  • Gebruik het VN-Verdrag en de Belgische Grondwet als juridische basis.
  • Zorg voor langdurig engagement over beleidsdomeinen en legislaturen heen voor een duurzaam verhaal.
  • Wees duidelijk over de middelen die worden ingezet.
  • Gebruik heldere, toekomstgerichte woorden zoals 'scholen voor iedereen'.
  • Denk breed na over diversiteit.
  • Betrek leerlingen en ouders, waarbij ieders rol en verantwoordelijkheden erkend worden.

Aanbevelingen per thema

De Staten-Generaal ging dieper in op de verschillende thema’s uit de consultatienota. We selecteerden enkele belangrijke aanbevelingen.

Op zoek naar alle aanbevelingen? Die vind je in het rapport onderaan deze pagina.

Evidence-informed en meer inclusieve leeromgeving

De deelnemers zijn enthousiast over werken op basis van wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaringen (evidence-informed). Hier moet vanaf de opstartfase op ingezet worden.

Zorg ervoor dat in de communicatie kwaliteitsvol onderwijs en inclusie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: een goed onderwijssysteem is een inclusief onderwijssysteem.

Professionalisering

De deelnemers vragen om voldoende tijd en middelen te voorzien voor het opleiden en bijscholen van het volledige schoolteam. Van leerkrachten en CLB’s, tot logopedisten en kinesisten. Ook de lerarenopleiding moet aandacht besteden aan samenwerken in multidisciplinaire schoolteams.

Multidisciplinariteit in scholen

De Staten-Generaal pleit voor een multidisciplinair schoolteam op elke school, dat tegemoet kan komen aan de ondersteuningsnoden van de meeste leerlingen. Dit team is verantwoordelijk voor het onderwijs en begeleiding van alle leerlingen. Daarnaast moet de expertise van ouders en leerlingen door het multidisciplinair schoolteam erkend worden en meegenomen worden in casusoverleg.

Verder is er nood aan een bovenschools, multidisciplinair netwerk met verschillende partners die ingezet kunnen worden voor de veranderende noden van scholen of specifieke ondersteuningsnoden van leerlingen.

Minder labels, aanpassing van financiering en nieuwe inschaling

De deelnemers zijn positief over de gelijkstelling van begeleiding van gewoon en buitengewoon onderwijs voor leerlingen met een IAC- of OV4-verslag en over het afstappen van een diagnose als toegang tot middelen of ondersteuning.

De Staten-Generaal vraagt om te focussen op de noden van leerlingen, en leerkrachten te ondersteunen om die noden tegemoet te komen. Daarnaast mag extra financiering voor leerlingen met complexe en intensieve ondersteuningsnoden niet gekoppeld worden aan een apart aanbod. De juiste middelen moeten de leerling volgen, niet omgekeerd.

Buitengewoon aanbod in scholen voor iedereen

De Staten-Generaal vraagt om af te stappen van de term ‘buitengewoon aanbod’ en om deze te vervangen door 'gespecialiseerd aanbod’. De grootste groep leerlingen van het huidige buitengewoon onderwijs heeft nood aan een specifieke aanpak die ingevuld kan worden door een multidisciplinair schoolteam en een bovenschools, multidisciplinair netwerk.

Het gespecialiseerd aanbod moet flexibel kunnen worden ingezet, zodat scholen ruimte hebben om creatieve oplossingen te bieden. Het mag niet gezien worden als een aparte groep binnen een school en zo een nieuwe vorm van afzondering worden. Om keuzes te maken rond een specifieke aanpak en/of gespecialiseerd aanbod, moet de stem van ouders en leerlingen meegenomen worden.

Inschrijvingsrecht

Momenteel heerst de bezorgdheid onder de deelnemers dat we leerlingen die nu al moeilijkheden ondervinden om naar school te gaan. Daarom vragen ze om tijdens de opstartfase het inschrijvings- en leerrecht te monitoren.

Met het oog op de toekomst pleiten veel deelnemers voor onverkort inschrijvingsrecht voor alle leerlingen in elke school. Alle leerlingen moeten zich in elke school kunnen inschrijven, vrij gekozen door leerlingen en ouders. Leerlingen met complexe en intensieve ondersteuningsnoden mogen niet verplicht worden om te kiezen voor scholen met een gespecialiseerd aanbod.

Samenwerking tussen gewoon en buitengewoon onderwijs

De deelnemers vragen om de samenwerking tussen gewoon en buitengewoon onderwijs niet te beperken tot campusscholen. Een gespecialiseerd aanbod moet deel uitmaken van de school voor iedereen, als één inclusief onderwijssysteem. Daarvoor zijn duidelijke randvoorwaarden en een positieve communicatie noodzakelijk.

Samenwerking tussen beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn en andere actoren

Volgens de Staten-Generaal is de samenwerking tussen de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn te beperkt om voor volledige participatie te zorgen. Daarom pleit ze om ook andere domeinen zoals bijvoorbeeld vrije tijd en werk te betrekken bij het traject.

Speciale onderwijsleermiddelen

De deelnemers vragen om speciale onderwijsleermiddelen toegankelijk te maken voor alle leerlingen die er nood aan hebben. Er moet bovendien ook een duidelijk financieel kader komen, zodat middelen structureel beschikbaar zijn voor alle leerlingen die ze nodig hebben.

Toegankelijkheid en infrastructuur

De Staten-Generaal is blij met de brede benadering van toegankelijkheid, maar ze vragen voor nog een ruimere aanpak. Denk bijvoorbeeld aan de bredere cultuur en omgeving (bv. bereikbaarheid) waarin ons onderwijssysteem bestaat. Dit vraagt een mindshift die creatieve oplossingen kan bieden.

Tegelijk is er de vraag naar meer investeringen in infrastructuur. Hierbij mogen campusscholen geen voorrang krijgen. Op de eerste plaats moeten scholen komen die zich actief inzetten om schoolgebouwen toegankelijker te maken.

Leerlingenvervoer en mobiliteitsondersteuning

Het recht op mobiliteitsondersteuning en de afbouw van collectief vervoer worden positief ontvangen. Het budget dat daardoor vrijkomt moet opnieuw geïnvesteerd worden in het traject naar scholen voor iedereen.