Nieuws

Nieuwe procedure aanvraag persoonsvolgend budget vraagt om bijsturing

De Vlaamse Regering hervormt de procedure om een persoonsvolgend budget (PVB) aan te vragen. Na de hervorming van de procedure verloopt de aanvraag in twee fasen. In fase 1 wordt de handicap erkend en krijgt de aanvraag een plaats op de wachtlijst. Pas in fase 2 valt de beslissing hoe hoog het budget is. NOOZO, de Vlaamse Adviesraad Handicap, bracht hierover advies uit. Wij zien enkele positieve punten, maar onze bezorgdheid overheerst. De hervorming maakt de procedure complexer, biedt minder zekerheid en lost de belofte van een actueel budget niet in.

Wat verandert er?

De hervorming verloopt in twee stappen. De eerste stap gaat in op 1 oktober 2026 en splitst de aanvraagprocedure op in twee fasen. Het ondersteuningsplan blijft voorlopig nog deel uitmaken van de aanvraag. Ook werkt het VAPH bij elke beslissing nog met een voorlopige beslissing, voor de definitieve beslissing valt.

In een tweede stap, voorzien tegen 2028, verdwijnen het ondersteuningsplan en de voorlopige beslissing uit de procedure. De aanvrager krijgt dan meteen een definitieve beslissing, die hij wel nog kan laten herbekijken.

Ook andere elementen veranderen. Module C van het multidisciplinair verslag wordt uitgebreid met extra vragen over de dringendheid van de ondersteuningsvraag. En het VAPH krijgt voor het eerst de bevoegdheid om op eigen initiatief een dossier opnieuw te laten beoordelen, op basis van signalen van derden of andere criteria.

Minder rechtszekerheid voor de aanvrager

Door de budgetbeslissing te verschuiven naar fase 2, verdwijnt voor de aanvrager een belangrijk juridisch ankerpunt. Na fase 1 weet iemand alleen in welke prioriteitengroep hij staat, niet welk budget hij later zal ontvangen. Wie op de wachtlijst staat, kan dus geen concrete zorgplanning maken. En bij toekomstige besparingen op het systeem kan een persoon moeilijker aantonen dat zijn situatie erop achteruitgaat.

De belofte van een actueel budget wordt niet ingelost

De regering verantwoordt de snelle invoering met het argument dat mensen een budget krijgen dat aansluit bij hun actuele zorgnood. Maar in deze tussenstap klopt dat niet. Het budget wordt afgetopt op de laagste van twee waarden: de zorgvraag uit het ondersteuningsplan of de meting via het zorgzwaarte-instrument. Wie tijdens de wachtperiode zwaardere zorg nodig krijgt, kan dat objectief aantonen, maar krijgt toch geen hoger budget. Die belofte wordt pas verwacht in een volgende hervormingsstap tegen 2028.

Een complexere procedure, geen vereenvoudiging

De Vlaamse Regering presenteert de hervorming als klantvriendelijker. In de praktijk gebeurt het omgekeerde. De aanvrager doorloopt twee volledige cycli: twee aanvragen, twee voorlopige beslissingen, twee mogelijkheden tot heroverweging, twee definitieve beslissingen en twee mogelijkheden tot beroep. Tussen die cycli kunnen jaren zitten. De persoon moet zijn verhaal opnieuw doen aan nieuwe gesprekspartners. Voor wie al moeite heeft om administratie te volgen, is dat een extra drempel.

Herinschalen: een ernstige rode vlag

Het VAPH krijgt de bevoegdheid om zelf een nieuwe inschaling op te starten. Dat kan in vijf situaties, waaronder na een signaal van een burger of zorgverlener, of wanneer iemand zijn budget anders besteedt dan zijn zorgprofiel doet verwachten. Ook als de laatste inschaling meer dan vijftien jaar geleden plaatsvond, kan het budget herbekeken worden, zelfs als de situatie niet veranderd is. De criteria zijn vaag geformuleerd, er is geen onafhankelijk toezicht op de selectie van dossiers en de aanvrager kan zich pas verdedigen nadat de herinschaling is opgestart.

Wie spaarzaam of creatief omgaat met zijn budget, riskeert zo een verlaging. Dat staat haaks op de logica van persoonsvolgende financiering, waarin de persoon zelf beslist hoe hij zijn ondersteuning organiseert. Het systeem creëert ook een kwetsbare positie tegenover zorgverleners en plaatst mensen met een onzichtbare handicap extra in de problemen. Wij vragen dan ook om deze bevoegdheid in de voorgestelde vorm te schrappen en in een eerste fase te beperken tot gevallen van bewuste manipulatie.

Een strengere procedure op meerdere punten

De procedure wordt op verschillende punten strenger. Termijnen worden strikter vastgelegd en er komen meer momenten waarop een aanvraag kan worden stopgezet of waarop de prioriteringsdatum verschuift. Tegelijk schrapt het besluit de expliciete bescherming bij overmacht, zoals een ziekenhuisopname of een crisis. Algemene rechtsbeginselen blijven gelden, maar dat is geen volwaardig vangnet. De toepassing wordt afhankelijk van interpretatie en biedt minder transparantie.

Die strengere aanpak treft een doelgroep die net vaker met gezondheidscrises en administratieve drempels kampt. Aanvragers zijn voor het doorlopen van de procedure bovendien vaak afhankelijk van externe diensten zoals een Dienst Ondersteuningsplan of een multidisciplinair team. Die kampen met lange wachttijden. Toch wordt de verantwoordelijkheid om termijnen te halen vaak bij de aanvrager gelegd.

Mensen met een beperkte zorgnood aan de poort tegengehouden

Het besluit introduceert een nieuwe grond om aanvragen stop te zetten. Als het ondersteuningsplan aangeeft dat de zorgnood niet de laagste budgetcategorie haalt, wordt de aanvraag beëindigd, nog voor de zorgnood objectief is gemeten. Maar het ondersteuningsplan beschrijft wensen en situatie, het is geen objectivering. Het is dus geen geschikt instrument om mensen uit het systeem te weren. Wij vragen om die uitsluiting te schrappen en te verankeren dat het recht op erkenning niet verloren kan gaan door een vroegtijdige stopzetting.

Een hervorming die onvoldoende verantwoord wordt

De Vlaamse Regering verantwoordt deze ingrijpende hervorming met drie doelstellingen: klantvriendelijkheid, een actueel budget en een besparing op systeemkosten. Geen van de drie wordt waargemaakt. De procedure wordt complexer en rigider, de belofte van een actueel budget komt pas in 2028, en de besparing is minimaal. Tegelijk verliezen personen met een handicap rechtszekerheid en bescherming tegen toekomstige besparingen. Een hervorming van deze omvang verdient meer tijd, meer overleg en sterkere waarborgen voor de personen die hierdoor worden geraakt. 

We bezorgden het advies aan:

  • Vlaams minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen
  • De commissie Welzijn, Volksgezondheid, Gezin, Armoedebestrijding en Gelijke Kansen in het Vlaamse parlement

Ter info aan:

  • Vlaams Mensenrechteninstituut
  • Vlaamse raad Welzijn, Volksgezondheid en Gezin