Nieuws

Scholen voor iedereen: een kans voor inclusief onderwijs die we moeten grijpen

NOOZO is tevreden dat de minister de ambitie en moed heeft om eindelijk een concreet stappenplan voor te leggen om tegen 2024 te evolueren naar scholen voor iedereen.

We erkennen allemaal de feiten:

  • er zitten te veel leerlingen in het buitengewoon onderwijs;
  • te veel kinderen zitten noodgedwongen thuis;
  • onze scholen voelen dat ze vandaag de middelen missen om écht inclusief te zijn. 

De basisprincipes zitten goed. NOOZO is blij met:

  • het concrete tijdspad;
  • de wens om leerlingen met en zonder specifieke onderwijsbehoeften te laten samenleven en samen leren; 
  • de samenwerking over beleidsdomeinen heen;
  • de stap richting minder labels en attesten als toegangspoort tot ondersteuning;
  • de hervorming van het inschrijvingsrecht en verstrenging van de weigeringsprocedure bij inschrijvingen.

Tegelijk willen we waarschuwen voor een aantal fundamentele bezorgdheden die bijsturing vragen vooraleer dit plan zijn belofte kan waarmaken. Zonder duidelijke keuzes, voldoende middelen en een stevig mensenrechtenkader dreigt de hervorming haar doel voorbij te schieten.

Inclusiever is niet hetzelfde als inclusief

De grootste principiële bezorgdheid van NOOZO is dat de nota inzet op "inclusiever" onderwijs, terwijl het VN-Verdrag Handicap verplicht tot één inclusief onderwijssysteem op alle niveaus.

Een beleid dat vertrekt van "gewoon als het kan, buitengewoon als het nodig is" legt de verantwoordelijkheid bij de leerling. Inclusief onderwijs draait het om: het systeem past zich aan de diversiteit van leerlingen aan, niet omgekeerd. Inclusie is geen gunst, het is een recht dat een echte systeemverandering vraagt.

NOOZO vraagt om het VN-Verdrag Handicap als fundament te verankeren in de hervorming, en om expliciet te kiezen voor één inclusief onderwijssysteem als einddoel.

Vage begrippen ondermijnen de hervorming

Het is onvoldoende duidelijk wat de minister precies bedoelt met inclusief onderwijs, buitengewoon aanbod, campusschool en complexe en intensieve ondersteuningsnoden. Zonder heldere definities is er ruimte voor interpretaties die opnieuw tot uitsluiting kunnen leiden. Daardoor wordt het ook moeilijker om te beoordelen of iets echt inclusief is en de mensenrechten respecteert.

NOOZO stelt voor om "buitengewoon aanbod" te vervangen door "specifieke aanpak". Die woordkeuze maakt duidelijk dat het om een dienst gaat die de school zelf organiseert, niet om een aparte plek waar leerlingen naartoe worden gestuurd.

Het streefdoel blijft altijd: samen leren en samenleven voor het overgrote deel van de tijd, zonder aparte klassen en zonder beperkte ontmoetingsruimtes.

Pioniersscholen verdienen de ruimte om écht te experimenteren 

De pioniersscholen in de opstartfase moeten proeftuinen zijn, maar de nota legt al meteen beperkingen op. Zo blijft een officieel verslag of label vereist om een aangepast curriculum of OV4-traject te volgen. Dat beantwoordt niet aan de regelluwte die nodig is om waardevolle lessen te trekken. Ondersteuning moet volgens NOOZO vertrekken vanuit de noden van de leerling, niet vanuit een label.

NOOZO vraagt ook meer flexibiliteit in de samenwerking tussen scholen en ondersteuningsteams. Ook scholen zonder partner uit het buitengewoon onderwijs moeten een pioniersschool kunnen worden.

Daarnaast vraagt NOOZO garanties voor leerlingen die in zo’n proefproject stappen. Hun schoolloopbaan, diploma’s of kwalificaties mogen niet in gevaar komen door deelname aan een pioniersschool.

Bovendien dreigen leerlingen met een verstandelijke beperking (type 2) minder kansen te krijgen in de pioniersscholen. De nota stelt dat inclusie voor hen "minder evident" is. NOOZO vraagt die stelling te corrigeren: ook voor hen geldt het recht op inclusief onderwijs. Pioniersscholen moeten verwelkomend zijn voor alle leerlingen, zonder voorafgaand label.

Inclusie mag niet afhangen van prestaties en haalbaarheid 

Er wordt veel gesproken over “maximale leerwinst”. Hoewel we hoge verwachtingen toejuichen, waarschuwen we dat inclusie hierdoor nooit voorwaardelijk mag worden. Onderwijs moet niet alleen inzetten op cognitieve resultaten, maar ook op participatie, welzijn en ontwikkeling. Leerwinst ziet er voor iedereen anders uit. Ook leerlingen met complexe ondersteuningsnoden moeten volwaardig kunnen deelnemen aan scholen voor iedereen.

Haalbaarheid mag nooit vertaald worden als de “draagkracht van de individuele leraar”. Daarmee verschuift ook de verantwoordelijkheid van het beleid naar het individu. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om de randvoorwaarden te creëren, zoals voldoende ondersteuning en doordachte financiering.

Ouders en leerlingen moeten meer inspraak krijgen

De adviesraad vraagt meer betrokkenheid van leerlingen en ouders in het hele hervormingstraject. Hun ervaringskennis moet volgens NOOZO evenwaardig behandeld worden naast professionele expertise.

Dat geldt zowel voor het beleid als voor beslissingen op schoolniveau. Ouders en leerlingen moeten mee regie houden over ondersteuning, trajecten en aanpassingen.

Ook bij de evaluatie van de pioniersscholen vraagt NOOZO een duidelijke plaats voor leerlingen en ouders.

Inschrijvingsrecht blijft een pijnpunt 

In 2040 zal er voor een groep leerlingen met complexe en intensieve ondersteuningsnoden nog steeds geen onverkort inschrijvingsrecht gelden. Scholen zullen voor het schooljaar begint moeten oordelen over de "proportionaliteit" van aanpassingen. Dat proces dreigt onder tijdsdruk te verlopen en sluit kwetsbare leerlingen opnieuw buiten.

NOOZO vraagt een onverkort inschrijvingsrecht voor alle leerlingen in scholen voor iedereen tegen 2040. Al vanaf de overgangsfase moet dit gelden in het gewoon kleuteronderwijs. Bovendien is er dringend nood aan een centraal meldpunt waar informele weigeringen en ontradingspraktijken geregistreerd kunnen worden.

Zonder budget geen duurzame verandering

NOOZO twijfelt eraan of een hervorming van deze omvang zonder extra investeringen kan verlopen. Er zijn drie werkterreinen die structurele middelen vragen:

  • een cultuur- en visieverandering in scholen,
  • een grondige hervorming van de lerarenopleiding en bijscholing voor leerkrachten,
  • toegankelijke infrastructuur inclusief speciale onderwijsleermiddelen.

Wel zijn we ervan overtuigd dat een volledig inclusief onderwijssysteem op lange termijn voordelen oplevert en zorgt voor een efficiënter gebruik van middelen, met positieve effecten voor de hele samenleving. Daarbij moeten de kosten van het huidige systeem, de overgang naar een nieuw systeem en de investeringen in infrastructuur apart in kaart worden gebracht. Zo ontstaat een helder beeld van wat nodig is om inclusief onderwijs voor iedereen waar te maken.

Drie vragen als maatstaf

Voor NOOZO hangt het succes van de hervorming uiteindelijk af van drie kernvragen:

  • Garandeert een maatregel het recht op inclusief onderwijs?
  • Versterkt ze de regie van leerlingen en ouders?
  • En is er voldoende financiering voorzien?

Zonder een positief antwoord op deze drie vragen dreigt een historische kans gemist te worden.

We bezorgden het advies aan:

  • Vlaams minister van Onderwijs, Justitie en Werk
  • De commissie Onderwijs en Vorming in het Vlaamse parlement
  • De administratie Onderwijs en Vorming

Ter info aan:

  • Vlaams Mensenrechteninstituut
  • Vlaamse onderwijsraad