Nieuws

Kwaliteit in voorzieningen: sterker inzetten op de rechten van gebruikers

De Vlaamse Regering wil de kwaliteit van zorg en ondersteuning in voorzieningen voor personen met een handicap verbeteren. NOOZO beoordeelde de voorgestelde wijzigingen. We waarderen de verbeteringen die zijn doorgevoerd, maar vragen extra aandacht voor een aantal knelpunten over inspraak, besluitvorming, beleid over grensoverschrijdend gedrag en vrijheidsbeperkende maatregelen. Uiteindelijk moet de maatstaf voor kwaliteit altijd de levenskwaliteit van personen met een handicap zelf zijn.

Positieve elementen

De wetgeving stelt nu duidelijk dat voorzieningen zelf moeten zorgen voor noodzakelijke hulpmiddelen en infrastructurele aanpassingen, zonder die kosten door te rekenen als woon- of leefkosten. Ook de interne klachtenprocedure in voorzieningen wordt eenvoudiger. Klachten hoeven niet langer enkel schriftelijk te worden ingediend, waardoor er meer ruimte komt voor een laagdrempelig signalen- en klachtenbeleid. Dat kan drempels verlagen voor personen voor wie schrijven of administratie moeilijk is. 

De wetgeving zal de nadruk leggen op het vermijden en afbouwen van vrijheidsbeperkende maatregelen, zoals afzondering en fixatie. Ze mogen enkel als uiterste maatregel worden toegepast. NOOZO is tevreden dat hiervoor een wettelijke basis wordt vastgelegd. 

Eigen keuzes maken

Personen met een handicap hebben het recht om zelf beslissingen te nemen en daarvoor de gepaste ondersteuning te krijgen. Dat staat ook in het VN-Verdrag Handicap. Toch vertrekt de regelgeving bij beslissingen over zorg en ondersteuning nog te vaak vanuit iemand die in plaats van de persoon beslist. We spreken dan van ‘vervangende besluitvorming’.

NOOZO pleit daarom voor ‘ondersteunde besluitvorming’ als uitgangspunt. De persoon neemt dan zelf beslissingen met behulp van ondersteuning. Er zou minder snel naar vervangende besluitvorming moeten worden gegrepen: enkel wanneer het echt niet anders kan en ook dan zo dicht mogelijk bij wat de persoon zelf wil. De regelgeving maakt vandaag geen duidelijk verschil tussen iemand ondersteunen bij een beslissing en de beslissing in zijn plaats nemen. Dit verschil moet duidelijker worden in de wetgeving. Voorzieningen zouden voldoende kennis en ervaring moeten ontwikkelen, om de wil en voorkeuren van de persoon met een handicap zoveel mogelijk centraal te stellen.

Vrijheidsbeperkende maatregelen

Er wordt een wettelijke basis vastgelegd voor vrijheidsbeperkende maatregelen in voorzieningen, zoals afzondering en fixatie. We spreken van afzondering, wanneer een persoon alleen verblijft in een ruimte die hij of zij niet zelfstandig kan verlaten. Fixatie verwijst naar het gebruik van materiaal, handelingen of medicatie die de bewegingsvrijheid van een persoon beperken of belemmeren.

Vrijheidsbeperkende maatregelen grijpen zwaar in op de rechten van mensen met een handicap. Daarom moet de wetgeving heel duidelijk zijn wanneer en hoe ze toegepast mogen worden, zodat er geen ruimte is voor vrije interpretatie. Doordat de wetgeving nu strikte voorwaarden koppelt aan deze maatregelen, zetten we een belangrijke stap vooruit. Vrijheidsbeperkende maatregelen zouden altijd een laatste redmiddel moeten zijn. Daarom is het nodig om nog beter in te zetten op alternatieven om afzondering of fixatie te vermijden. Wij vragen om ook op het niveau van de voorziening te registreren hoe vaak deze maatregelen worden toegepast. Zo kunnen we beter opvolgen of het gebruik van afzondering en fixatie daadwerkelijk daalt. 

Grensoverschrijdend gedrag

Grensoverschrijdend gedrag in voorzieningen is een ernstig en vaak onderbelicht probleem. Het kan een grote impact hebben op de levenskwaliteit, autonomie en rechten van personen met een handicap. Daarom steunt NOOZO de verplichting voor voorzieningen om hierover een beleid uit te werken. Dit beleid moet inzetten op preventie, bewustmaking, signalering en goede nazorg. Wij vragen om in zo'n beleid minstens op te nemen hoe slachtoffers worden beschermd en ondersteund, en welke stappen tegenover de pleger worden gezet. 

Tegelijk vrezen we dat een goed beleid op papier niet zal volstaan. De aanpak moet in verhouding zijn met de ernst en omvang van het probleem. Incidenten moeten binnen 30 dagen gemeld worden bij het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap). Bij de zwaarste gevallen, zoals ernstige verwondingen of overlijden, moet dit meteen worden gemeld aan het agentschap. Maar ook bij andere vormen van grensoverschrijdend gedrag telt elke dag. NOOZO vraagt daarom dat incidenten onmiddellijk gemeld moeten worden bij het agentschap.

Ook relationele en seksuele vorming in voorzieningen kan bijdragen aan een veiligere leefomgeving. Gebruikers zijn niet altijd op de hoogte van hoe ze gebeurtenissen kunnen melden, of weten soms te weinig over relaties, grenzen en respect. NOOZO vraagt daarom om vorming hierover te verplichten in voorzieningen. 

Kleinschalige ouderinitiatieven

Vanaf 2028 moeten ook kleinschalige (ouder-)initiatieven met collectief wonen een vergunning hebben. Dat zijn woon- en leefprojecten die vaak worden opgezet door ouders, waarin een inclusieve zorg- en leefomgeving wordt georganiseerd. Verschillende mensen kunnen er samenwonen en ondersteuning ontvangen.

NOOZO vraagt om de impact van de vergunningsverplichting goed op te volgen. We willen vermijden dat kleinschalige en informele woonvormen onbedoeld onder druk komen te staan. Duidelijke richtlijnen en een goede ondersteuning zijn daarvoor onmisbaar, zodat deze initiatieven zich verder kunnen blijven ontwikkelen.

Conclusie

NOOZO vraagt dat de nieuwe regelgeving zorgt voor een andere manier van werken in voorzieningen, die meer gericht is op de rechten van personen met een handicap. Zij moeten hun eigen keuzes kunnen maken, met de gepaste ondersteuning. Vrijheidsbeperkende maatregelen moeten systematisch worden afgebouwd en grensoverschrijdend gedrag moet sneller, grondiger en met de juiste zorg aangepakt worden. Tegelijk mogen nieuwe vergunningsvoorwaarden kleinschalige wooninitiatieven niet onnodig in de problemen brengen. Goede regelgeving is een belangrijke stap, maar de maatstaf voor kwaliteit moet altijd de levenskwaliteit van personen met een handicap zijn.

We bezorgden het advies aan:

  • Vlaams minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen
  • Gelijke Kansen Vlaanderen

Ter info aan:

  • Het Vlaams Mensenrechteninstituut
  • De Vlaamse Raad WVG