Nieuws
Advies over aangepast vervoer
De Vlaamse regering wil het versnipperde systeem van aangepast vervoer hervormen tot één samenhangend geheel. NOOZO gaf hierover advies aan de minister van Mobiliteit. Meer duidelijkheid en eenvormigheid zijn nodig, maar de hervorming mag niemand uitsluiten. Mobiliteit is een basisrecht, ook voor personen met een handicap.
Wat is aangepast vervoer?
Aangepast vervoer is kamer-tot-kamervervoer voor personen met mobiliteitsbeperkingen. Het reguliere openbaar vervoer is niet voor iedereen bruikbaar. Personen met een mobiliteitsbeperking botsen vandaag op tal van drempels: bussen en trams zijn vaak ontoegankelijk, bepaalde hulpmiddelen (zoals scootmobielen of grotere elektrische rolstoelen) zijn niet toegelaten en sommige reizigers hebben assistentie nodig bij hun verplaatsingen. De Vlaamse overheid voorziet daarom aangepast vervoer als noodzakelijk alternatief.
Wat verandert er?
De Vlaamse regering bakent af wie recht heeft op aangepast vervoer. Wie gebruik wil maken van dit vervoer moet als persoon met een mobiliteitsbeperking voldoen aan minstens één van de criteria uit de mobiliteitsindicatiestelling. Dat kan bijvoorbeeld door een erkenning als persoon met een handicap door de federale overheid in combinatie met een aantoonbare, ernstige mobiliteitsbeperking.
NOOZO is bezorgd
NOOZO waarschuwt voor een te strikte afbakening van de doelgroep van aangepast vervoer. Wie niet voldoet aan de strikte criteria, maar wel een reële mobiliteitsnood heeft, dreigt uit de boot te vallen. Hier horen bijvoorbeeld personen met een tijdelijke handicap of ouderen zonder handicaperkenning en BelRAI-screening bij. Voorheen konden zij vaak wel gebruikmaken van aangepast vervoer. In de toekomst dreigt dat niet langer mogelijk te zijn. De toegang tot aangepast vervoer wordt zo gekoppeld aan formele erkenningen en scores, in plaats van aan de feitelijke mobiliteitsnoden van mensen. NOOZO benadrukt dat net die concrete noden het vertrekpunt moeten zijn.
Uitzonderingsprocedure
Om te vermijden dat mensen onterecht uitgesloten worden, vraagt NOOZO een onafhankelijke en laagdrempelige uitzonderingsprocedure. Een commissie van experten en ervaringsdeskundigen uit verschillende beleidsdomeinen kan individuele situaties beoordelen. Zij werken onafhankelijk en nemen beslissingen op basis van objectieve criteria, met oog voor de reële mobiliteitsnood.
Assistentie is geen extra, maar een voorwaarde
"Het aangepaste voertuig staat klaar, maar zonder assistentie kan ik niet vertrekken. Pas als iemand helpt met instappen en vastklikken, kan mijn verplaatsing starten. Beide dingen zijn nodig." (Sarah, 29 jaar)
In het ontwerpdecreet wordt aangepast vervoer omschreven als vervoer van voordeur tot voordeur. Assistentie bij het in- en uitstappen is echter niet expliciet verankerd. Dat creëert onzekerheid en te veel afhankelijkheid van goodwill. We vragen dat de Vlaamse regering het recht op assistentie bevestigt in de wetgeving.
Werk aan toegankelijk openbaar vervoer
"Elke verplaatsing met het openbaar vervoer begint voor mij niet bij een halte, maar met de vraag of ik er überhaupt zal geraken. Zal er plaats voor mijn rolstoel op de bus zijn? Zal de oprijplaat uitgeklapt worden? Zal de buschauffeur mij niet gewoon laten staan en doorrijden zonder te stoppen?" (Ingrid, 57 jaar)
Het bestaande aangepast vervoer mag geen excuus zijn om niet maximaal in te zetten op de toegankelijkheid van het regulier openbaar vervoer. Vandaag zijn zowel voertuigen als haltes onvoldoende bruikbaar voor personen met een handicap.
- In 2024 was slechts 18.2% van alle haltes toegankelijk voor personen met een motorische handicap.
- Voor personen met een visuele handicap was dit slechts 10%.
- Bovendien bestaan er grote regionale verschillen in aanbod en toegankelijkheid
Doordat de Vlaamse regering meer inzet op vraaggestuurd openbaar vervoer (zoals voorzien in het Decreet Basisbereikbaarheid) verdween 17% van de bushaltes. Dat zijn 3247 haltes. Waar er vroeger een garantie op een maximale afstand tussen elke voordeur tot een bus- of tramhalte was, is deze nu geschrapt als gevolg van de principes uit het Decreet Basisbereikbaarheid. Daardoor zijn de loopafstanden naar de overgebleven haltes toegenomen. Voor veel personen met een handicap is dit traject niet meer zelfstandig haalbaar. De afstand is te groot, de route te ontoegankelijk of te onveilig.
We vragen dus dat de Vlaamse regering dringend werk maakt van toegankelijk openbaar vervoer.
- Zorg voor duidelijke communicatie over haltes in bussen, trams en op perrons.
- Hou ook rekening met alle hulpmiddelen bij de aankoop van nieuw voertuigen. Zo kunnen alle hulpmiddelen mee aan boord van de bus en tram.
- Organiseer opleidingen voor chauffeurs over inclusie en omgaan met personen met een handicap.
- Er is 1 meldpunt nodig waar personen met een handicap problemen rond toegankelijkheid kunnen signaleren.
Flexvervoer
NOOZO ontvangt ook signalen dat het Flexvervoer (van halte naar halte, na reservatie) nog niet op punt staat.
- De indeling van de flexgebieden zorgt voor ongelijke mobiliteitskansen: personen die interregionale busreizen maken ervaren bijvoorbeeld moeilijkheden met aansluitingen met andere vervoerslagen.
- Het aantal beschikbare busjes is beperkt, waardoor ritten vaak geweigerd worden.
- De veiligheid is niet altijd gegarandeerd, bijvoorbeeld door onvoldoende gordelbevestiging voor rolstoelgebruikers
- Recent is de doelgroep van het Rechtstreekse Flexvervoer ingeperkt. Wie een gemotiveerd verzoek deed aan de Lijn, kon een rechtstreekse Flexrit doen naar de bestemming, in plaats van naar de volgende halte. Ervaringsdeskundigen signaleren dat het recht op een Rechtstreekse Flexrit plots teruggedraaid werd.
NOOZO vraagt dat deze knelpunten dringend worden aangepakt. Zolang het flexvervoer niet volwaardig en veilig functioneert, is het onaanvaardbaar om het flexplusvervoer in te perken.